Thema’s
Vanaf 1 juli 2023 is de Wet Toekomst Pensioenen van kracht. Met deze wet wil de overheid dat het pensioen persoonlijker en individueler wordt. Uiterlijk 1 januari 2028 moet het nieuwe pensioenstelsel ingevoerd zijn. Een nieuw pensioenstelsel betekent ook een nieuwe pensioenregeling. Sociale partners (Thales en de Centrale Ondernemingsraad) hebben afspraken gemaakt over de nieuwe pensioenregeling van Thales. Wij streven ernaar om per 1 oktober 2026 over te gaan naar de nieuwe pensioenregeling. In deze Q&A leest u het antwoord op de meest gestelde vragen.
De overgang naar de nieuwe pensioenregeling was eerst gepland rond het midden van 2026. Wij mogen pas overstappen als De Nederlandsche Bank (DNB) daarvoor toestemming geeft. Ook moet onze pensioenuitvoerder (Appel) klaar zijn om de nieuwe regeling uit te voeren. In januari 2026 is, in overleg tussen het bestuur en Appel, besloten dat 1 juni 2026 toch niet haalbaar is. Dit komt ondanks de grote inzet van alle betrokken partijen. Er is meer tijd nodig om een goede overgang voor te bereiden. Het is natuurlijk vervelend dat uitstel nodig is, maar het is niet onverwacht dat dit kan gebeuren. De overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is een unieke operatie met veel betrokken partijen en verschillende belangen. Het belangrijkste is dat de overstap zorgvuldig gebeurt. We kunnen het pensioenvermogen tenslotte maar één keer verdelen. Daarom is een grondige voorbereiding nodig en kiezen we voor zorgvuldigheid in plaats van snelheid.
Uw pensioen blijft bestaan, maar de manier waarop u pensioen opbouwt verandert. U krijgt een kapitaal voor uw pensioen dat meebeweegt met de resultaten van beleggingen.
Invaren
Het pensioen dat u tot nu toe heeft opgebouwd, blijft van u. Wel gaan wij uw opgebouwde pensioen omzetten naar de nieuwe regeling. Dit heet invaren.
Het overzetten van het totale bestaande pensioenvermogen van het pensioenfonds naar persoonlijke pensioenkapitalen heet invaren. Sociale partners kiezen of het pensioenfonds de opgebouwde pensioenen gaat invaren. Bij Thales hebben de sociale partners hiervoor gekozen. Zij volgen daarmee de standaardoptie uit de wet. Deze keuze is over het algemeen in het belang van de deelnemers. Hierdoor blijven de huidige pensioenregeling en nieuwe pensioenregeling en de betaling van de pensioenen bij dezelfde pensioenuitvoerder. Dat is voordeliger dan twee administraties naast elkaar.
We hebben afgesproken dat we de pensioenen alleen invaren als de dekkingsgraad op moment van transitie hoger is dan ongeveer 112% (de dekkingsgraad uit het overbruggingsplan). Het overbruggingsplan is een verplicht document waarin pensioenfondsen aantonen hoe zij financieel gezond de overstap maken naar het nieuwe stelsel. Bij een lagere dekkingsgraad treden wij in overleg met de sociale partners.
Bij invaren rekenen wij de waarde van uw huidige pensioen om naar een kapitaal voor uw pensioen in de nieuwe regeling. Dit doen wij volgens wettelijk vastgelegde en gecontroleerde regels. In de huidige pensioenregeling zijn buffers opgebouwd. Hiervan gebruiken we een deel voor de vulling van reserves in de nieuwe pensioenregeling. Wat overblijft, verdelen we over de kapitalen van de deelnemers, slapers en pensioenontvangers. Dit noemen we de ‘invaarbonus’. Slapers zijn de deelnemers die geen pensioen meer opbouwen bij ons en die nog geen pensioen van ons ontvangen. Afhankelijk van de hoogte van de dekkingsgraad, verdelen we de invaarbonus over alle deelnemers. De invaarbonus is gelijk aan het verschil tussen de actuele dekkingsgraad op het moment van invaren en de minimale invaardekkingsgraad (112%). We weten nu nog niet wat de dekkingsgraad is op het moment van invaren.
| Stel: de dekkingsgraad bedraagt 135% en invaardekkingsgraad 112%. Te verdelen = 135% – 112% = 23%; De actuele dekkingsgraad vindt u op de website van Thales pensioenfonds. |
In de wet is opgenomen dat de gevolgen voor jong en oud evenwichtig moeten zijn, ook op de langere termijn. Op basis van de regels in de wet mogen wij daarom besluiten om niet iedereen dezelfde invaarbonus te geven. Wij maken gebruik van deze regels in de wet en bekijken per groep wat een redelijke verdeling is. Bij de verdeling van de invaarbonus kijken we onder meer naar: • uw leeftijd; • hoeveel risico bij uw leeftijd past in de nieuwe regeling; • of u nog opbouwt, of al gepensioneerd bent. Hierdoor verschilt de invaarbonus (het percentage) per groep. Een jongere deelnemer kan bijvoorbeeld een ander percentage bonus krijgen dan een pensioenontvanger. De pensioengerechtigden/pensioenontvangers krijgen wel allemaal dezelfde invaarbonus. In het voorbeeld bij een dekkingsgraad van 135% is dat een verhoging van ongeveer 19%.
Bouwt u geen pensioen meer op bij Thales pensioenfonds?
Dan krijgt u ook de invaarbonus. Heeft u uw pensioen vóór 1 oktober 2026 meegenomen naar de pensioenuitvoerder van uw nieuwe werkgever, dan ontvangt u de invaarbonus niet.
Ontvangt u al een pensioen van ons?
Dan gebruiken wij deze invaarbonus voor een verhoging van uw pensioenuitkering.
Door de Wet toekomst pensioenen veranderen ook de regels voor het partnerpensioen. Wel hebben we afgesproken dat het partnerpensioen dat u op 30 september 2026 heeft opgebouwd niet verdwijnt. Dit partnerpensioen blijft beschikbaar voor uw partner als u overlijdt. Wel zetten we ook dit partnerpensioen om in een pensioenkapitaal. Op het moment dat u overlijdt, ontvangt uw partner een partnerpensioen van dit pensioenkapitaal.
Bouwt u nog pensioen bij ons op?
Dan is dit partnerpensioen een aanvulling op het partnerpensioen uit de nieuwe pensioenregeling.
Gaat u met pensioen?
Dan maakt u op uw pensioendatum de keuze of dat u het kapitaal wilt behouden voor een partnerpensioen of dat u dit wilt gebruiken voor een hoger ouderdomspensioen. Dit is eigenlijk niet anders dan de huidige situatie, waarin u ook het opgebouwde partnerpensioen kon uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Zie onder nabestaandenpensioen voor meer informatie.
NB.: Partnerpensioenen van deelnemers die al met pensioen zijn wijzigen niet
Pensioenopbouw in de nieuwe regeling
De nieuwe pensioenregeling is een flexibele premieregeling. In deze nieuwe regeling heeft elke deelnemer zijn eigen persoonlijke pensioenkapitaal, waarin we elk jaar de pensioenpremie toevoegen. Op dit moment schatten wij in dat de premie die naar uw pensioenkapitaal gaat 26% van uw pensioengrondslag is. Het is namelijk de pensioenpremie na aftrek van kosten en de premies voor de risicodekkingen bij overlijden en arbeidsongeschiktheid.
Wij beleggen uw persoonlijke pensioenkapitaal. Het pensioenkapitaal kan groeien door de beleggingsresultaten. U krijgt de keuze om dit pensioenkapitaal volgens een bepaald profiel te beleggen (offensief, neutraal of defensief). Als u dichter bij de pensioendatum komt, gaan wij standaard uw pensioenkapitaal met minder risico beleggen. Hiermee verkleinen we de kans op grote koersdalingen kort voor uw pensioendatum.
Nabestaandenpensioen
In de nieuwe pensioenregeling is het nabestaandenpensioen bij overlijden tijdens uw dienstverband volledig op risicobasis verzekerd. Dit is verplicht en geldt voor alle nieuwe pensioenregelingen in Nederland. Als u komt te overlijden terwijl u nog in dienst bent, ontvangt uw partner in de nieuwe regeling:
- levenslang een maandelijkse uitkering, gebaseerd op 22% van uw pensioengevend salaris;
- daarnaast jaarlijks een bedrag van € 10.000 (bedrag van 2024)1 , totdat uw partner de AOW-leeftijd bereikt. Dit jaarlijkse bedrag passen wij elk jaar aan met de aanpassingen zoals die in het uitkeringscollectief gelden.
- Het in de huidige pensioenregeling opgebouwde partnerpensioen blijft ook staan voor uw partner. Dat betekent dat u én uw opgebouwde partnerpensioen behoudt én de dekking van de 22% krijgt.
Het pensioen dat uw kinderen ontvangen als u overlijdt terwijl u nog pensioen opbouwt bij ons (het wezenpensioen) is gelijk aan 10% van het salaris van de deelnemer. Dit pensioen stopt wanneer uw kind 25 wordt. Voor vrijwel alle deelnemers stijgt in de nieuwe regeling het pensioen dat de partner en kinderen ontvangen.
Voor de deelnemers die er toch op achteruitgaan ten opzichte van de huidige regeling hebben sociale partners besloten de vrijwillige Anw-hiaatverzekering via de werkgever te continueren. De deelnemer kan zelf de hoogte van de vrijwillige Anwhiaatverzekering kiezen. Omdat wij nu ook een tijdelijk pensioen voor de partner in de pensioenregeling hebben, is het maximale bedrag in de vrijwillige verzekering wel lager. Op basis van de regels van de Belastingdienst mag het tijdelijke partnerpensioen samen met de Anw-hiaatverzekering niet hoger zijn dan ongeveer EUR 19.000.
Het maximale bedrag in de Anw-hiaatverzekering is daarom EUR 9.000 (bedragen 2024).
Als u met pensioen gaat, maakt u op dat moment de keuze of u uw kapitaal wilt gebruiken voor een ouderdomspensioen voor uzelf en een partnerpensioen dat u ontvangt na uw overlijden of voor alleen een ouderdomspensioen voor uzelf. Dit is eigenlijk niet anders dan de huidige situatie, waarin de mogelijkheid tot uitruil bestond. NB.: Partnerpensioenen van deelnemers die al met pensioen zijn wijzigt niet.
Compensatieregeling
In het nieuwe pensioenstelsel gaat u op een andere manier pensioen opbouwen dan u bent gewend. De premie die u samen uw werkgever betaalt komt rechtstreeks ten goede aan uw eigen persoonlijke pensioenkapitaal. Uw kapitaal groeit dus door de premie die voor u wordt ingelegd en het rendement dat daarop wordt behaald.
In de oude (huidige) pensioenregeling beleggen wij ook de pensioenpremie die u samen met uw werkgever betaalt. Die pensioenpremie was alleen voor iedereen samen. In de oude regeling kreeg iedereen dezelfde jaarlijkse pensioenopbouw (hetzelfde opbouwpercentage). Daarom was de pensioenopbouw voor oudere medewerkers duurder: de ingelegde premie kon namelijk korter renderen (minder jaren belegd worden) dan voor jongere medewerkers. Daarom vond er in het oude systeem een herverdeling van premie plaats: een deel van de premie van jongere medewerkers werd feitelijk gebruikt voor de pensioenopbouw van oudere medewerkers.
In het nieuwe systeem gebeurt deze herverdeling niet meer. De premie die voor u wordt betaald, komt volledig in uw eigen kapitaal terecht. Dat is eerlijker en transparanter, maar heeft nadelen voor sommige groepen, vooral voor medewerkers van ongeveer 40 jaar en ouder.
Deze groep heeft, toen zij jonger waren, via de oude systematiek bijgedragen aan de opbouw van pensioen voor oudere collega’s. In het nieuwe systeem stopt deze herverdeling juist nu zij zelf ouder zijn en daar voordeel van zouden kunnen hebben.
Compensatieregeling voor de overgang
Om deze groep deelnemers te compenseren voor de verwachte achteruitgang in pensioen, hebben we een compensatieregeling afgesproken. We keren eenmalig een extra bedrag uit in het pensioenkapitaal van de deelnemers die hiervoor in aanmerking komen. Dit doen we op het moment dat we overgaan naar de nieuwe pensioenregeling.
Zo zorgen we er samen met sociale partners voor dat de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel voor u zo eerlijk en evenwichtig mogelijk verloopt.
De compensatie geldt alleen voor de toekomstige opbouw. Hoe dichter u bij uw pensioenleeftijd komt, hoe minder jaren u nog pensioen opbouwt. Dan zijn de gevolgen voor totale toekomstige pensioenopbouw minder groot. De compensatie wordt daarom steeds kleiner naarmate u ouder bent. De compensatie hoeft daarom geen reden te zijn om het pensioen uit te stellen.
Als u jong(er) bent, heeft u in de eerste jaren nog voordeel van de hogere premie die in de nieuwe pensioenregeling voor u wordt betaald ten opzichte van de oude pensioenregeling. Ook is er meer tijd om de compensatie en de premie te laten groeien. Daarom is de compensatie voor jongere werknemers ook lager.
U ontvangt deze compensatie alleen als u 30 september 2026 én 1 oktober 2026 in dienst bent bij Thales. Als u al met pensioen bent gegaan ontvangt u ook geen compensatie. Bij de vaststelling van de hoogte van de compensatie hebben wij alleen gekeken naar het verschil in de toekomstige pensioenopbouw. We hebben dus een vergelijking gemaakt tussen de nieuwe pensioenregeling en de huidige regeling voor het deel dat u vanaf 1 oktober 2026 nog gaat opbouwen. We houden geen rekening met het pensioen dat u al heeft opgebouwd. Vervolgens hebben we per geboortejaar vastgesteld welke compensatie nodig is. De compensatie drukken we uit als een percentage van uw huidige pensioengrondslag (pensioengevend salaris -/- franchise).
Zie tabel in bijlage voor de voorlopige compensatiepercentages.
Om te weten met welk bedrag uw uitkering wordt verhoogd, moet u dit bedrag delen door het aantal jaren dat u pensioen gaat ontvangen (tot aan de gemiddelde levensverwachting van een man/vrouw).
| Voorbeeld: U bent 65 jaar, u werkt fulltime en u heeft een inkomen van 60.000 euro. De franchise is 19.172 euro.
De compensatie wordt 28,8% (zie tabel) van (60.000 – 19.172) is 11.758 euro. Uw individuele pensioenvermogen wordt dan met dit bedrag verhoogd. Ervan uitgaande dat dit (vanaf 67 jaar) gedurende 13 jaar wordt uitgekeerd, dan komt dit neer op ongeveer 734 euro bruto per jaar. Dit is ongeveer 75 euro bruto per maand. |
Arbeidsongeschiktheid
Als u arbeidsongeschikt wordt tijdens uw dienstverband krijgt u een arbeidsongeschiktheidspensioen als u meer verdient dan de WIA-grens (ongeveer 71.600 euro (2024)). Dit is een aanvulling op de uitkering die u vanuit de WIA ontvangt (de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) van het UWV. In de huidige regeling betalen wij dit arbeidsongeschiktheidspensioen. In de nieuwe regeling betaalt verzekeraar a.s.r. arbeidsongeschiktheidspensioen uit.
U blijft pensioen opbouwen als u arbeidsongeschikt wordt
Als uw dienstverband eindigt vanwege uw arbeidsongeschiktheid, blijft pensioen opbouwen als u recht heeft op een uitkering op grond van de WIA. Voor het deel dat u arbeidsongeschikt bent, nemen wij de betaling van de premie over. Dat verandert niet in de nieuwe pensioenregeling.
Vanaf 1 mei 2026 ontvangt u voortaan uw arbeidsongeschiktheidspensioen van a.s.r. We hebben met a.s.r. afgesproken dat zij uw arbeidsongeschiktheidspensioen jaarlijks verhogen met x%. De einddatum van uw arbeidsongeschiktheidspensioen verandert niet door de overgang naar a.s.r.
Vanaf 1 oktober 2026 gaat u pensioen opbouwen volgens de nieuwe pensioenregeling. Dit blijft wel gewoon bij pensioenfonds Thales.
Uitkeringsfase
Op uw pensioendatum ontvangt u uit uw pensioenkapitaal maandelijks uw pensioen. Zodra u met pensioen gaat, beleggen wij uw pensioenkapitaal samen met dat van de andere personen die een pensioen van ons ontvangen. We beleggen dus collectief (net als in de oude regeling). Daarom noemen we dit ook de collectieve uitkeringsfase.
- Als we een positief rendement (beleggingswinst) behalen op dit gezamenlijke vermogen, kunnen we uw pensioenuitkering verhogen.
- Als we een negatief rendement (beleggingsverlies) behalen, bestaat er ook een kans dat we uw pensioenuitkering moeten verlagen.
Op uw pensioendatum kunt u kiezen of u wilt deelnemen aan de collectieve uitkeringsfase. U kunt er ook voor kiezen om een vastgestelde pensioenuitkering ontvangen. Als u dat wilt, moet u uw kapitaal overdragen naar een verzekeraar om daar een vast pensioen aan te kopen. Met een vast pensioen weet u zeker wat u gaat ontvangen. Uw pensioen wordt niet lager, maar ook niet hoger. Omdat de prijzen wel stijgen, kunt u ieder jaar minder kopen met uw pensioen
Voor u en de andere pensioenontvangers vormen we een risicodelingsreserve. Dit is een buffer die we gebruiken om:
- uw pensioenuitkering zo veel mogelijk stabiel te houden;
- de kans dat we uw pensioenuitkering moeten verlagen te verkleinen.
Met deze reserve kunnen we tegenvallers (bijvoorbeeld slechte beleggingsjaren) deels opvangen.
Daarnaast spreiden we positieve en negatieve beleggingsresultaten over meerdere jaren. We doen dat over een periode van 5 jaar. In plaats van alle winst of verlies in één keer door te voeren, verwerken we dit geleidelijk. Dat betekent:
- positieve resultaten smeren we uit over meerdere jaren;
- negatieve resultaten ook.
Door deze spreiding blijft uw pensioenuitkering rustiger en stabieler, zonder grote sprongen omhoog of omlaag in één jaar.
De jaarlijkse procentuele aanpassing van de pensioenuitkering is voor alle gepensioneerden gelijk. Dat betekent dat als we uw pensioenuitkering verhogen, we dat met hetzelfde percentage doen voor alle pensioenontvangers. Ook als we moeten verlagen, doen we dat met hetzelfde percentage. Zo zorgen we voor een gelijke en eerlijke behandeling van alle pensioenontvangers binnen het fonds.
Communicatie en informatievoorziening
U ontvangt informatie via:
- De website van het pensioenfonds
- Brieven
- Uw persoonlijke pensioenoverzicht
Ongeveer twee maanden voor de 1 oktober 2026 ontvangt u een opgave met “wat heb ik” en “wat kan ik verwachten”. De bedragen in deze opgave zijn dan nog een inschatting. Als we de transitiedatum verder uitgestellen, dan verschuift de communicatie uiteraard ook. Na de daadwerkelijke transitie ontvangt u een overzicht met de definitieve bedragen.
Een aantal maanden na de transitie ontvangt u een UPO komen met de feitelijke bedragen. Hierin zal het verwachte en daadwerkelijk geworden bedrag staan. Hierin staat ook het nabestaandenpensioen.
Er komt ook een nieuwe pensioenplanner die is aangepast aan de nieuwe pensioenregeling. De verwachting is dat we na de overgang naar de nieuwe pensioenregeling nog zeker een half jaar nodig hebben, voordat de nieuwe regeling is opgenomen in de planner.
Leeftijd |
Compensatie(% van PG) |
Leeftijd |
Compensatie(% van PG) |
| 20 | 0,0% | 45 | 68,7% |
| 21 | 0,0% | 46 | 71,4% |
| 22 | 0,0% | 47 | 73,7% |
| 23 | 0,0% | 48 | 75,6% |
| 24 | 0,0% | 49 | 77,1% |
| 25 | 0,0% | 50 | 78,2% |
| 26 | 0,0% | 51 | 78,8% |
| 27 | 0,0% | 52 | 78,9% |
| 28 | 0,0% | 53 | 78,6% |
| 29 | 0,0% | 54 | 77,8% |
| 30 | 0,0% | 55 | 76,4% |
| 31 | 0,0% | 56 | 74,5% |
| 32 | 2,3% | 57 | 72,0% |
| 33 | 9,3% | 58 | 69,0% |
| 34 | 15,9% | 59 | 65,3% |
| 35 | 22,3% | 60 | 61,0% |
| 36 | 28,4% | 61 | 56,0% |
| 37 | 34,1% | 62 | 50,3% |
| 38 | 39,6% | 63 | 43,9% |
| 39 | 44,8% | 64 | 36,7% |
| 40 | 49,6% | 65 | 28,8% |
| 41 | 54,1% | 66 | 20,0% |
| 42 | 58,3% | 67 | 10,5% |
| 43 | 62,1% | 68 | 0,0% |
| 44 | 65,6% |